Voor Claasen
betekent het kunstwerk, in dit geval het schilderij, een van de schaarse
mogelijkheden tot werkelijke ordening, dat wil zeggen een ordening
die samenhangt met levensgevoel.
In de wereld buiten heerst chaos, onzin, lelijkheid. Er is in het
leven geen zin te ontdekken, en van de mogelijkheden tot zingeving
is kunst er één. In Claasens werk wordt de wereld gereduceerd tot
stilte; er is geen beweging, geen anekdote. Het beeld moet tijdloos
zijn, om niet op "de wereld" te gaan lijken.
Het werk bevat een aantal vaste elementen. Er zijn trappen, er komen
zuidelijk aandoende huizen voor, er is een zwart vlak met daarin een
wit vierkant. Er zijn veel organische motieven zoals planten en bomen.
Vóór alles staat een boom (of stam) die geen begin en einde lijkt
te hebben. |
|